Meteen naar de inhoud

Reisverhaal: Waarom ik nooit in Birma aankwam

Het was 2012 toen ik via Thailand naar Birma wilde afreizen. Eerst drie dagen Bangkok, dan naar Rangoon en tot slot een week naar de koninklijke badplaats Hua-Hin. Ik vertrok vrijdag 20 april en kwam nooit in Birma aan.

Na aankomst in Bangkok liep ik geroutineerd naar de publieke taxistandplaats. Het is de achttiende keer dat ik naar Thailand afreis had ik in het vliegtuig van Eva Air uitgerekend. Ik vertel een mevrouw achter een tafeltje bij de taxistandplaats, waar de chauffeurs hun klanten mogen ophalen, waar ik wezen moet. Ze schrijft een briefje, laat de chauffeur mijn reistas overnemen en ik loop achter hem aan. En net daar is de trottoirrand vijftig centimeter hoog.

Doodsmak

En net daar let ik heel even niet op. Ik maak een ware doodsmak, plat op het zwarte asfalt, voel mijn voeten ja-knikken en dat mijn knie keihard in aanraking komt met de grond. Een beetje schuin kijk ik omhoog, mijn rugzakje met daarin de laptop en camera wordt geplet tussen mij en de warme straat. Ik denk: einde reis. Ik zie zwarte plekken voor mijn ogen, brul een welgemeende vloek. Ik krabbel onelegant overeind, mij afzettend met mijn handen en ik strompel de weg over. Ik houd me een paar seconden vast aan het portier alvorens ik mij op de achterbank laat vallen. En verga van de pijn in mijn voeten en knie. ‘Khun Mauw?”, (dronken?), grapt de chauffeur, om zo de dikke lucht van teleurstelling en woede die opwelt te klaren. Want Thai houden niet van het uiten van emoties. Daar heb ik echter even geen boodschap aan.

Droomloze slaap

Ik weet op Penpark Guesthouse bij Khao San Road mijn trolleybag zowaar twee trappen omhoog te slepen, vloekend van de pijn, en ga uitgeput op bed liggen. Een zeurende pijn maakt zich van mij meester. En ik val in een twee uur durende droomloze slaap. Daarna bel ik een vriend waar ik mee afgesproken heb en doe mijn verhaal. ’s Avonds met een taxi naar het Bangkok General Hospital, met mijn vriend, zijn Thaise vriendin, en haar twee neefjes.

Birma sir

In een rolstoel laat ik mij naar binnen rijden. Na het nodige papierwerk mag ik naar de spoedeisende hulp. En wat ik vreesde was waar. De foto’s laten een klein scheurtje zien in mijn linker grote teen die er bont en blauw uitziet, mijn rechtervoet is gezwollen en begint al aardige kleurtjes te ontwikkelen, mijn linkerscheenbeen is een pallet van drie kleuren. De zuster kijkt me bezorgd aan, de olijk Engels sprekende dokter is wat optimistischer. ”I give you a few injections, some medicine en we will bandage your feet. So you can go to Birma sir,” zegt hij, een sprankje hoop gevend. De drie felle injecties, recht in de grote teen, doen mij een seconde naar een snelle dood verlangen. Als we het ziekenhuis verlaten ondersteunt een van de neven mij.

Taxichauffeur

Een uurtje later lig ik in bed te zweten. De fan kan de hitte nauwelijks de kamer uitjagen. Dit wordt geen Birma. Hoe ik in mijn eentje maandagochtend om half acht de vierhonderd meter aflegde naar Sam Sen Road vanaf Soi 3 is mij een raadsel. Elke oneffenheid is een pijnscheut, de hitte is ondraaglijk. Een hond blaft mij onvriendelijk toe en ik voel me zeer kwetsbaar. Ik ‘flag down’, een taxi. De chauffeur komt uit de Isaan en begrijpt mij niet. Ik vertel in het Thais waar ik wezen moet. Hij knikt en werpt een schuine blik op mijn gezwachtelde voeten. Zijn bemoedigende glimlach laten een paar zwarte tanden zien. We rijden weg en komen in de ochtendspits terecht. Langzaam gaan we met de verkeersgolf mee. De radio speelt The Carpenters en John Denver, die het maar een lange weg vindt naar Country Road.

Waarom ik nooit in Birma aankwam

Hua Hin in plaats van Birma

Hua Hin

Ik strompel het ziekenhuis in en het is maar goed dat niemand mijn gemompel verstaat. De controlerend arts waar ik wezen moet bevestigt mijn vermoeden. “I advice you not to travel to Birma. You can damage you feet for always,” zegt hij en deelt mijn teleurstelling die van mijn gezicht afdruipt. De Boeddha is mij deze reis niet gunstig gezind weet ik. Dan weet de arts raad. “Or maybey better you go beach to relax”, zegt hij goedmoedig en klopt mij bemoedigend op mijn schouder.

En zo zit ik een paar uur later onder de pijnstillers in een taxi naar Hua Hin, nog steeds verbijsterd dat een paar seconden onoplettendheid mijn leven zo radicaal heeft veranderd. Maar ach denk ik, twee weken rust in deze badplaats, waar ik al vele malen ben geweest, is ook niet weg. En Birma komt wel weer een keer. Ik druk mijn hoofd tegen de rugleuning, sluit mijn ogen en denk: ‘Mai Pen Rai’, oftewel maak je niet druk, het komt weg goed, zoals de Thai zeggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.