Een spirituele reis langs de oevers van de Mekong River

Het is 2004 en ik maak mijn zesde backpackreis door Thailand in een veel te hete aprilmaand. De nachttrein vanuit Bangkok brengt mij naar Ubon Ratchatani in het noordoosten. Ubon is groot en druk. Wat een tegenstelling en rust wanneer ik, opgevouwen in een lokale bus, in het plaatsje Khemmarat aankom. Ik neem mijn intrek in een guesthouse aan de rivieroever van de majestueuze Mekong-rivier.

Deze belangrijke waterader is volgens de statistieken 4909 kilometer lang. Ontspringt in Tibet en doet daarna de Chinese provincie Yunnan aan. Om vervolgens ingeklemd tussen Laos en Thailand door grillig landschap meanderen en dan met behulp van indrukwekkende watervallen Cambodja binnen te vallen. Als een meerkoppig monster waaiert ze vervolgens uit in Zuid-Vietnam en glijdt dan soepel de Chinese Zee in. Het boek van reisjournalist Herbert Paulzen, ‘De Mekong, een stroom van goud en bloed’, maakte dat ik een deel van deze rivier wilde volgen. De Mae Nam (Thaise vertaling Moeder van het Water) verbindt landen en culturen met elkaar en zorgt voor het levensonderhoud van miljoenen mensen.

Foto: Lode Engelen

Het voelt bijna Zen aan

De Mekong begroet mij met een plechtige stilte terwijl het water rustig doch beslist zijn weg baant richting Zuid-Chinese zee. Bijna zen voelt het aan, als ik op een terras zit met een bord Khao Pad Thai en een ijskoude fles bier. Een zachte bries laat het riet zuchten en de ondergaande zon kleurt de ribben op het water goud. Een vogel scheert achter zwermen muggen aan. Een gekko in een boom laat van zich horen.

Ik heb me voorgenomen van plaats tot plaats te reizen, met de lokale bus, onvoorbereid, met een houding van, ‘ik zie wel wat de reis me brengt’. Alleen de Lonely Planet gids is mijn metgezel. Ik word nieuwsgierig aangekeken door de Isaan-bevolking, die in dit deel van het land weinig backpackers tegenkomt. Eigenlijk nauwelijks. Communiceren gaat met handen en voeten. Wat mij opvalt is de vriendelijkheid en gastvrijheid van de mensen hier. Ik hoop dat dit nog lang zo blijft.

NongKai Mutmee Guesthouse

Nong Kai

Via idyllisch gelegen plaatsen aan de oever van de rivier zoals Mukdahaan, That Phanom, Nakhon Phanom en Beung Kan kom ik ten slotte aan in het charmante Nong Kai. Ik boek een kamer in het Mut Mee guesthouse. Aan de overkant van de rivier flonkeren de lichtjes van Vientiane als ik in een hangmat mijn reis overdenk en niet wetende dat over een aantal jaren de flora en fauna van deze rivier bedreigd gaat worden door milieurampen zoals vervuiling, droogte en de aanleg van dammen.

Toch blijft de Mekong haar onverstoorbaarheid houden als stille getuige van de geschiedenis van de landen waar ze doorheen kronkelt. Waar veel bloed is vergoten tijdens oorlogen en conflicten, als levensader voor miljoenen mensen en leverancier van water voor de uitgerekte rijstvelden en belangrijk voor de visindustrie waar veel gezinnen van afhankelijk zijn hun bron van inkomsten elkaar zien slinken.

Mekong bij Kratie Cambodja. Foto: Ate Hoekstra

De Mekong overleeft

Ik was mij destijds niet bewust van wat de Mekong te wachten stond evenals Herbert Paulzen wiens boek mij ertoe bracht om deze, voor mij, spirituele reis te maken. Ooit kom ik terug. Om de Mea Nam moed in te spreken. Want een ding is zeker. De Mekong rivier overleeft de mensheid en is er nog steeds als wij planeet aarde verlaten hebben en de verwoeste natuur zich heeft hersteld.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *