De kindslaven van de koninklijke badplaats Hua Hin

Moderne kindslaven. Daar doen de bloemenkinderen van Hua-Hin mij aan denken. Ze struinen het centrum van deze koninklijke badplaats af met hun kleurrijke handelswaar. Kinderen, soms nog maar net de poepluiers ontgroeid lijkt het, die het uitgaansgeweld trotseren om tot in de late uren hun bloemen te verkopen aan argeloze, vertederde toeristen.

Wennen kan ik er niet aan en ik moet ervoor waken het normaal te gaan vinden. Ik reageer altijd, tegen beter weten in, en in steenkolen-Thai, met: “Khun tong pai noon, mai krab” (moet je niet gaan slapen?) Om als antwoord te krijgen: “Jij koopt eerst, dan kan ik naar huis”. Om dan naar een volgende bar of restaurantje te huppelen. Tot na twaalven zie je ze op straat rondzwerven. Het blijft surrealistisch, telkens weer als ik in Hua Hin ben. En denk: Wat of wie zit hierachter, naast armoede en waarschijnlijk dwang en uitbuiting?

The Flamingo Bar

Corona was ons niet bekend en de straten van Hua Hin waren nog niet verlaten. Het is een zwoele meiavond in 2014 en ik zit op een barkruk voor de The Flamingo Bar met uitzicht op de stadstempel. Het is tegen tienen, de regentijd is nakende en een drukkende hitte een voorbode voor een helse stortbui. Drommen toeristen paraderen langs. Ik laat de dag langs mij heen glijden en probeer nog maar even niet aan de terugreis naar Nederland te denken.

Mijn gemijmer wordt onderbroken. Mijn aandacht gaat ineens ergens anders naartoe. In de deuropening van een winkeltje naast de bar, een toko waarvan er zo veel van zijn in Thailand, staat een vrouw met een kind. Het meisje is naar ik schat zes jaar oud. Ze heeft een kort broekje aan, een zwart shirtje en een roze rugzakje met poezenplaatjes op de rug. De vrouw, smal gezicht, jaar of veertig, slank, in lange rode jurk, streelt het kind over het zwarte haar. Ze geeft haar snoepgoed, lacht vriendelijk, het kind glimlacht ook en kijkt omhoog. Dan verhardt haar blik, ze zegt iets, lange vingers met roodgelakte nagels wijzen naar de hoek van een zijstraat. De Poolsuk Road, ook wel Walking Street genoemd. Waar adult-entertainment de toeristen bedient en de kindslaven hun werk doen.

Walging en smekende ogen

De Lady in Red duwt het kind resoluut die kant op. Dan zie ik pas dat de kleine meid bosjes bloemen in haar handje heeft. Het kind zet een pruillip op, ze loopt in de richting van de straat, draait zich een paar keer om, kijkt de vrouw vragend aan en aarzelt. Ondertussen zie ik een ouder ‘zusje’ de hoek omkomen dat zegt ‘maa, maa’ (kom, kom). Ze neemt het kind aan de hand en ze verdwijnen om de hoek uit het zicht. De dame maakt zich snel uit de voeten en gaat op in het uitgaanspubliek. Walging maakt zich van mij meester.

Ik zal nooit meer die donkere smekende ogen van dat meisje vergeten. En haat iedereen die geld geeft aan deze kinderen voor een bosje bloemen zonder ergens bij na te denken. Volgens de Thaise wet mogen kinderen onder de twaalf niet werken. Echter, er wordt niet gehandhaafd. Het interesseert niemand. Niet alleen in Hua Hin zie je deze bloemenkinderen. Overal waar bierbarren, restaurants en veel westerse toeristen zijn. Zoals Bangkok, Phuket, Pattaya en Chiang Mai. Onbeschermd en een prooi voor iedereen die kwaad wil.

Sue Flamingo Bar: ‘They should go to school.’

Cambodjaanse kindslaven

Bareigenaresse Sue, die mij steevast ‘My Friend from Holland’ noemt, vertelt dat het vaak om Cambodjaanse kinderen gaat, eigenlijk jonge slaven die in handen vallen van bendes. Maar ook Thaise kinderen, gestuurd door hun arme familie uit het Noordoosten van Thailand waar het leven hard is en vol uitzichtloze armoede. ‘Je zag een ‘Mama San’ die voor hen ‘zorgt’, vertelt Sue hoofdschuddend, eraan toevoegend, “They should go to school. But what can you do.” Het lijkt inderdaad een onuitroeibaar probleem. Zolang mensen bloemen blijven kopen, en dat doen ze, blijven de bloemenkinderen komen, elke avond weer, zeven dagen in de week, zonder het recht om kind te zijn.

Er is nog een lange weg te gaan denk ik terwijl ik mijn flesje bier leeg. Ik loop met een bedrukt gevoel naar ‘mijn’ guesthouse Say Cheese, terwijl de eerste zware regendruppels de aanval inzetten.

Juli 2021.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *