Thailand: Een zuidelijke tongval in beeldentuin Wat Khaek

Als de tuktuk de parkeerplaats opdraait zie ik ze al staan. De torenhoge stenen wachters bij de poort van beeldentuin Wat Khaek.  Een must see volgens de backpackersbijbel Lonely Planet gids wanneer je Nong Kai bezoekt. De meeste reizigers die dit plaatsje aan de Mekong-rivier aandoen steken de  Thai-Lao vriendschapsbrug over. Maar ik was er voor het levenswerk van de mysticus Luang Poo.

Foto: Manon van der Wees

Aan de overkant van de Mekong verlichten de lichtjes van Vientia­ne als sterren de nacht. Ik laat op het terras van Mutmee Guesthouse onder het genot van een ijskoude Singha-bier mijn gedachten gaan over deze, als heilige vereerde, sjamaan, kunstenaar en hoofdrol­speler in een sprookjesach­tig leven. Toen hij jong was liep Luang Poo eens door de heuvels in Vietnam. Plotseling viel hij in een gat en belandde in de schoot van Keoku, een hindoe-kluizenaar die in een grot woonde. Dit was het begin van een jarenlang verblijf bij zijn leermeester die hem onderwees over Boeddha en de onderwereld. Keoku liet zijn gezel kennis maken met goden en godinnen die in de boeddhis­tische mythologie voorkomen. Eenmaal weer bovengronds gekomen vertrok hij naar Laos waar hij zijn eerste beeldentuin bouwde met onder meer een reusachtige liggende Boeddha. De houding waarin deze overging in een andere bestaans­vorm.

Sala Keoku

De communisten zetten Luang Poo in de jaren zeventig het land uit wegens zijn kritische houding. De kunste­naar en mysticus bouwde daarna in zijn nieuwe vaderland een rij giganti­sche beelden bij Nong Kai, waar hij neerstreek. Hij noemde de plek Sala Keoku (Hal van Keoku) ter ere van zijn spirituele leermees­ter. Zijn figuren, gemaakt van beton, stellen de diverse religieuze en mystieke wezens voor. Zowel uit de boeddhistische als de hindoeïstische mythologie zoals Shiva, Vishnu en Boeddha waarover Keoku hem onderwees. Hij geloofde dat de leer van alle religies samengesmolten kon worden. De tuin is een afspiegeling van die overtuiging.  Je vindt er boeddhabeelden naast Hindoegoden, Christelijke iconen en figuren uit de Ramayana-vertellingen en volksverhalen.

Foto: Manon van der Wees

Prins Siddharta

Als ik op een vroege ochtend in maart bij de ingang arriveer is het al zeer warm. Geen briesje wind die even voor verkoeling zorgt. Tussen het gebladerte van de bomen zie ik de boeddha’s met hun strakke gezichtsuitdrukkingen die in slagorde rond het terrein staan opgesteld. Rustig, sereen, de eeuwig­heid trotserend. Bij de entree staat een olifant, omgeven door een roedel honden die hem niet al te goed gezind zijn. Het symboli­seert volgens de Thaise traditie integriteit. De olifant negeert zijn blaffende belagers namelijk volkomen.

Overheersend aanwezig is de boeddha van bijna 25 meter hoog, oftewel zo groot als een flat van acht verdiepingen. De stilte wordt slechts onderbroken door vogels, het geruis van hoge bomen en zachte muziek uit luidsprekers. Het repertoire bestaat uit een mix van avant-gardistische muziek en pop. Luang’s populairste zangeres was Donna Summer De roerloze gigantische betonnen sculpturen blijven mij verbazen. Zoals het beeld van prins Siddharta die zelf zijn haar knipt en zich als de eerste Boeddha manifeste­erde. Of Yama, de wachter van de poort naar de hel, uitgebeeld met twaalf armen. En de god die de slechte daden van de overledene op de stinkende huid van dode honden schrijft en de goede daden op tabletten van goud. Een metershoog figuur in de lotuszit, een brede grijns op zijn gezicht en omstrengeld door een slang met vijf koppen, stelt een van de hindoegoden voor. De grootsheid en de bizarre uitdrukkingen zijn overweldigend.

Foto: Manon van der Wees

Samsaracirkel in de beeldentuin

De uitstraling van deze bijzondere plek is indrukwekkend, bijna magisch. Ik krijg het onaangename gevoel dat er ieder moment een zacht gefluister kan losbarsten hoog boven mijn hoofd. Dat de goden tot leven komen om hun oordeel over mij uit te spreken. Achter in de beeldentuin bevindt zich de Samsara-cirkel. Samsara betekent in het boeddhis­me dat de ziel wordt geboren en herboren in een eindeloze cyclus. Dat ervaringen in dit leven mee worden genomen naar een volgend bestaan. Om deze ‘circle of life’ binnen te gaan moet je door een laag rond poortje, die de baarmoeder voorstelt. Bij de tunnelingang staan de zielen te wachten om weer herboren te mogen worden. Conceptie is het begin van alle lijden, zegt de Boeddha.

Circle of life. Foto: Lode Engelen

Lachende Boeddha

Als je de richting van de pijlen in de ‘cirkel’ volgt zie je het leven voorbij­trekken. Een baby, een verliefd stel, een getrouwde man en vrouw. De verschillende keuzes die men kan maken zoals een soldaat met een geweer, een zakenvrouw, een kantoorklerk, een bedelaar, een koning, geliefden, enzovoorts. Twee skeletten die elkaar omhelzen geven aan dat passie niet eeuwigdurend is. Een man met twee vrouwen slaat de oudste omdat hij verstrikt is geraakt in de wensen van de jongere vrouw. En een oud stel dat de fout heeft gemaakt geen kinderen te nemen komt erachter dat ze in de winter van hun leven alleen elkaar hebben. Aan het einde van de rondgang naast een halfopen doodskist stapt een lachende boeddha over de muur. Waarmee Luang Poo wil zeggen: alleen door hem te volgen kan je ontsnappen aan het eeuwige rad van geboorte en dood en in het Nirvana terechtkomen. Anders is een wederge­boorte de volgende stap.

Boeddhabeelden in Wat Khaek. Foto: Manon van der Wees

Op een altaar in het hoofdgebouw staan bronzen en houten boeddhabeelden. De zon staat op zijn hoogst maar het is lekker koel in de hal waar boeddha’s de sfeer bepalen. Luang Poo heeft veel volgelingen onder de bevolking van de Isaan, waarvan velen komen mediteren in de sala. De mysticus legde sterk de nadruk op moraliteit en bekriti­seerde corruptie. Dat werd hem niet altijd in dank afgenomen door de autoriteiten. Na een aanklacht wegens ‘majesteitsschennis’ belandde hij zelfs een tijdje in de gevangenis. Dat zijn populariteit er niet onder te leiden heeft gehad blijkt wel uit de bedrevenheid van zijn volgelingen om zijn denkbeelden en de beeldentuin in leven te houden. De geestelij­ke vader overleed in augustus 1996 na een lang ziekbed.

Ingang Circle of Life. Foto: Lode Engelen

Tongval in Wat Khaek

Een buslading toeristen nadert in langzame tred het rad van dood en wedergeboorte. Een vrijwilliger van Wat Khaek, in de schaduw onder een boom in de ‘Circle of Life’ wuift hen vriende­lijk toe om binnen te komen. “Als je als vrouw het poortje binnen­gaat raak je in verwachting”, weet een van de bezoekers met brochure in de hand te melden. Haar tongval maakt duidelijk dat ze uit het zuiden van Nederland komt. Ze kijken even over de lage muur, kopen een flesje cola van het nabijgelegen drinktentje en wandelen verder. Aan hen is het verhaal van dood en wedergeboorte niet besteed. De Boeddha van acht verdiepingen in de rustieke beeldentuin hoog kijkt glimlachend toe. Hij weet wel beter.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *