Meteen naar de inhoud

Van ‘werken moet lonen’ naar een sociale coöperatie waar ‘waarde’ voorop staat

Of je hebt een baan, of je hebt een uitkering. Dit advies kreeg ik ooit eens van een medewerkster van een adviesbureau voor onder meer uitkeringsgerechtigden in Amersfoort. En dat is nog steeds actueel, ondanks de neoliberale mantra: Werken loont. Dat is namelijk niet het geval als je afhankelijk bent van een bijstands-, IOAW, of WW-uitkering. Meer dan 60 procent van de mensen die hebben gewerkt met behoud van een uitkering, of dat nog doen, raakt in financiële problemen en komt in de knel te zitten. Zo mocht ik ooit eens huurtoeslag terugbetalen, nadat ik een half jaar 25 % van mijn verdiensten mocht houden. Nou was de schade bij mij gering, maar het kan nog veel erger, zo valt te lezen in het debuut Met dank, door MijnOverheid, bij de voedselbank van Gerard Sangers.

Hoe komt dat nu, zal je je afvragen? Geld verdienen is toch lucratief en de bedoeling van de Participatiewet om zo uit je uitkering re komen? Nou, dat komt door de manier waarop het inkomen wordt verrekend, aldus een artikel in Dagblad Trouw. Als je gebruikmaakt van een uitkering en naar vermogen werkt krijg je de overige uren die je niet werkt aangevuld door het UWV of de gemeente. Klinkt heel leuk. Je doet iets terug voor je uitkering en je denkt: ‘ik ga er op deze manier uitkomen. Ik bouw iets op’. Nou, nee hoor.

Kern van je voortbestaan

Omslag van Gerard Sangers tweede boek

Uitkeringsgerechtigden die een baan vinden, of meer uren willen werken, worden vaak te veel of helemaal gekort. Lees het eerdergenoemde boek van Gerard Sangers er maar eens op na. En omdat je ineens over een periode meer inkomsten had, die later weer berekend worden, mag je soms over die periode ineens toeslagen terugbetalen, daar kan je twee jaar later nog mee geconfronteerd worden. Als je dan geen buffer hebt kan dat voor geldproblemen en stress zorgen. Er is ineens geen geld meer voor vaste lasten, boodschappen, energie, zorgpremie of huur. Dat bewijst dat het systeem om weer aan het werk te komen met behoud van uitkering niet werkt. Mijn conclusie: de uitkeringsfabriek zorgt voor demotivatie om iets te ondernemen om uit je uitkeringssituatie te komen. “Niet doen, Bert”, was toentertijd het advies. En ze had gelijk. Toen al. Want in plaats van gestimuleerd en gesteund, raak je gedesillusioneerd als je ondanks je goede wil in de problemen raakt. En dan hebben we het over echte problemen die de kern van je voortbestaan raken, die je naar de afgrond meesleuren als je niet sterk genoeg bent. Van een huis naar geen huis is tegenwoordig voor iedereen een reële optie. En zie dan maar weer omhoog te klauteren.

Controle en informatieplicht

De ‘verkokerde wetgeving’ is er debet aan dat het misgaat in een systeem waar weinig ruimte is voor maatwerk. Ons participatiesysteem is gericht op controle en informatieplicht. Niet op de ondernemingslust van het individu. Want stel je voor dat je per ongeluk een euro te veel zou krijgen. ‘Nee, blijf liever op de bank, dan maken wij het geld wel over en is iedereen te tevreden lijkt de boodschap. Tot in lengte van dagen met hier een daar een cursus die geen moer oplevert. Graag geen moeilijk gedoe zoals met iets verrekenen.’ Dat lijkt de boodschap wel. Maar er gloort hoop. Sommige gemeenten zijn bezig met het project Simpel Switchen. Daarin worden ‘schotten’ in de regelgeving weggenomen zodat cliënten van de dienst werk en inkomen en het UWV makkelijker kunnen in- en uitvoegen op de arbeidsmarkt. Maar, de praktijk maakt het lastig door de verschillende potjes waaruit je betaald wordt. Als je een uitkering hebt en in deeltijd werkt komt een deel van je inkomen uit loon van de werkgever of opdrachtgevers, een deel uit een uitkering van gemeente of UWV, en soms ook een deel uit toeslagen van de belastingdienst. Die betalen elk op een ander moment uit en al die instanties doen er even over om gegevens in te voeren en uit te rekenen waar je nog recht op hebt. De berekeningen zijn lang niet altijd (meteen) correct, dus  naheffingen en terugbetalingen volgen. Daar kan Gerard Sangers over meepraten. Een betere afstemming tussen die potjes in de wetgeving en een snellere manier van inkomensberekening kan een oplossing zijn.

Opkomst sociale coöperatie

Hoe komen we uit deze negatieve spiraal? In de overtuiging dat de participatiewet en hoe het we met werk en inkomen omgaan niet meer van deze tijd is? In Nederland worden steeds meer sociale coöperaties opgericht. Op dit moment zijn het er 23, de meeste aangesloten bij de overkoepelende organisatie LaNSCO. Een burgerinitiatief waar in samenwerking met de gemeente mensen met een bijstandsuitkering kunnen ondernemen of kunnen ontdekken waar hun talenten liggen en tevens inkomen genereren zonder dat ze gekort worden op hun uitkering.

Zoals de coöperatie Blauwe Paraplu in Amersfoort die dit jaar vijf jaar bestaat. Deze is nog steeds groeiende en breidt zich gestaag uit. Door ontwikkelingen in de maatschappij op vele gebieden en een andere bredere kijk in de samenleving op werk en inkomen nemen groepsinitiatieven zoals deze steeds meer toe. Zo zijn er nu meer dan 20 sociale coöperaties in Nederland en zijn er een aantal in oprichting. Waar de waarde van wat je doet voorop staat. En zijn er vast wel meer van dit soort initiatieven. Wat een van de antwoorden is op het, wat mij betreft, falen van de participatiewet. Want het bewustzijn dat het anders moet is al een tijd geleden gezaaid en is bezig nu te ontkiemen.

Bert Vos december 2021.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.